Kwaliteit

Welkom bij de Woonzorggroep

Rapportering aan de overheid

In juli 2013 rapporteerden we volgende cijfers:

  1. Aantal decubituswonden categorie 2 tot en met 4: decubitus is de medische term voor "drukletsel" of "doorligwonde". Afhankelijk van de ernst van de wonde, spreken we van categorie 1 (beginnend) tot categorie 4 (ernstig).
  2. Aantal valincidenten.
  3. Aantal voorgeschreven geneesmiddelen.
  4. Aantal overleden bewoners met als overlijdensplaats het woonzorgcentrum.
  5. Aantal up-to-date plannen voor zorg rond het levenseinde.
  6. Aantal zorgpersoneelsleden die vrijwillig het woonzorgcentrum verlieten.

De cijfers die we in januari 2014 aan de overheid bezorgden hadden minder betrekking op de directe zorg, dan wel op onze organisatie en personeelsbeleid :

1)    Aantal zorgpersoneelsleden dat een griepvaccinatie kreeg
2)    Aantal ziektemeldingen van zorgpersoneel
3)    Aantal vormingsuren
4)    Aantal uren vrijwilligerswerk

In juli 2014 rapporteren we de evolutie ten opzichte van juli 2013 en geven we bijkomende cijfers door inzake:

  1. Aantal bewoners met een beduidende onbedoelde gewichtsafname.
  2. Aantal fysieke vrijheidsbeperkende maatregelen t.o.v. bewoners.
  3. Aantal fouten op vlak van medicatietoediening

Feedback vanwege de overheid

Als groep van 9 woonzorgcentra hebben we het voordeel om al op het moment van de metingen onze cijfers onderling te kunnen vergelijken.
Bij die vergelijking houden we steeds de specifieke kenmerken en werking van elk van onze woonzorgcentra in het achterhoofd. We houden bv. rekening met de aard van onze bewoners en hun zorgbehoefte : de zorg voor personen met dementie vraagt een andere aanpak dan de zorg voor ouderen met voornamelijk fysische zorgnoden. Maar ook de cultuur, de geografische ligging en het interne beleid kunnen in het oog springende verschillen in cijfers helpen duiden.

Na de rapportering in juli 2013 en januari 2014 ontvingen we vanuit de Vlaamse overheid telkens een feedbackrapport waarbij onze woonzorgcentra werden vergeleken met andere woonzorgcentra in Vlaanderen.

U kunt elk van de rapporten hier in detail inkijken:

De grote lijnen hebben we voor je samengevat in een overzichtsdocument.

Evaluatie van de indicatoren

De feedbackrapporten van de overheid met de cijfers en de onderlinge vergelijking kunnen ons een eerste indicatie geven over de kwaliteit in elk van onze centra.

Zo bevestigen de rapporten dat onze woonzorgcentra goed ‘scoren’ op het vlak van zorgcontinuïteit en het bieden van de nodige zorgen tot aan het einde van het leven.

We geven ook meer dan gemiddeld in de sector aandacht aan het  samen met de bewoner en/of zijn familie vertalen van zijn wensen en verwachtingen in een vroegtijdig zorgplan. Recente cijfers van maart 2014 bevestigen dat die trend zet zich – weliswaar met een verschillend tempo - doorzet in al onze woonzorgcentra.

Werk aan de winkel stellen we vast op het vlak van valpreventie en medicatiegebruik: op deze aspecten blijken enkele van onze woonzorgcentra afwijkende cijfers te vertonen.

PREZO: Analyse met het oog op gerichte actie tot verbetering

Om een goed zicht te krijgen op mogelijke bijsturingen is een meer volledige en diepgaande analyse van de situatie achter de cijfers nodig.

GZA Woonzorggroep heeft ervoor gekozen die analyse op een gestructureerde wijze aan te pakken via PREZO Woonzorg.

Een van onze centra, WZC Goudblomme, werkt sinds 2013 met 17 andere woonzorgcentra als piloot mee aan dit door Zorgnet Vlaanderen ontwikkelde kwaliteitssysteem. Hun ervaring leert ons dat PREZO als instrument onze visie ondersteunt dat het welbevinden van de bewoner centraal staat. Concreet betekent dit dat we met Prezo onze werking analyseren vanuit het resultaat voor onze bewoner. "Wat ervaart de bewoner in de praktijk ?" Dit is voor ons de belangrijkste vraag waaruit we vertrekken om tot verbetering te komen.

Zo buigt de centrale stuurgroep kwaliteit met vertegenwoordigers van onze negen centra zich momenteel over de cijfers rond de valincidenten en onderzoekt zij via welke acties we de bewoners nog beter kunnen behoeden voor valincidenten. Een verduidelijking van de visie en de richtlijnen op het vlak van het beantwoorden van beloproepen is als voornaamste actie weerhouden. Ook het uitwerken en in praktijk toepassen van een bruikbaar instrument voor het inschatten van de risico’s op vallen moet bijdragen tot een betere valpreventie.

Naast de gezamenlijke acties die we als GZA Woonzorgroep ondernemen om de kwaliteit in al onze centra te ondersteunen en te verhogen, mogen onze bewoners erop rekenen dat elk woonzorgcentrum de individuele indicatoren onder de loep neemt en de eigen werking blijvend evalueert en analyseert. Een voorbeeld vormen de initiatieven die genomen worden om het medicatieverbruik van de bewoner samen met de arts en apotheker door te lichten en waar relevant het medicatieplan in overleg met de bewoner of familie aan te passen.

Continu verbeteren blijft ons streven, niet om goed te scoren bij  de overheid maar met als voornaamste reden een goed ‘cijfer’ vanwege onze bewoners.

Voor meer informatie over de Vlaamse kwaliteitsindicatoren en PREZO kunt u contact opnemen met onze manager beleidsondersteuning Ellen Moermans op het nummer 03 247 02 92 of ellen.moermans(at)gza.be